Het Limburgs volkslied
U kunt de muziek stoppen en weer starten
Het Limburgs volkslied (dialect)
In 't bronsgroen eikehout
nachtegaal dae zungt
Euver 't groête koreveld
Leeuwerik zie léédje brinkt
Woe de herdershoren klinkt
Langs beekskes door
Limburg mie vaderland
Doa is woe iech woên
Limburg mie vaderland
Joa doa is 't sjoên
Kiek de Maas en ouch de Roer
Struime daag en nach
Aaf en toëw tréje ze oet
Dat is häör stille krach
Eendjes zwumme op en aaf
snaterend in koer
Het Limburgs volkslied in het dialect
De 41-jarige lasser Piet Zeegers uit het Nederlandse Posterholt heeft een dialecttekst gemaakt op het Limburgs volkslied. 'Limburg, mijn vaderland' luidt de officiële titel van ons volkslied dat precies 90 jaar geleden op de grens van Kessenich en Neeritter door Gerard Krekelberg werd geschreven. Zeegers heeft tekst en titel aangepast aan de éénentwintigste eeuw.
«Toen Den Haag twee jaar geleden het Limburgs als streektaal erkende, dacht ik dat het Limburgse volkslied snel in het dialect zou worden gegoten,» zegt Piet Zeegers. «Omdat geen enkele tekstdichter daaraan dacht, ben ik er zelf aan begonnen.»
De eerste strofe is bij de mensen zo ingeburgerd dat Zeegers vond dat die niet te veel moest worden veranderd. Het refrein ziet er een stuk anders uit: «Limburg, mie vaderland, dao is woe iech woên, Limburg mie vaderland, jao doa is 't sjoên.»
Piet Zeegers: «De tekst van de tweede strofe vind ik niet meer van deze tijd. 'Waar de brede stroom der Maas, statig zeewaarts vloeit' klopt helemaal niet meer. In 1993 en 1995 hebben we flinke overstromingen gehad. Om die reden is het tweede couplet aangepast.»
De lasser heeft de tekst geschreven in het dialect van zijn streek. «Ik weet dat het dialect uit Posterholt niet universeel is, maar de tekst blijft ook in andere dialecten meezingbaar. Ik heb het getest bij mijn collega's op het werk en het lukt.» Om te voorkomen dat straks anderen met de eer en de poen gaan lopen, heeft Zeegers de tekst officieel laten registreren. «Ik wil er geen geld aan verdienen. Dus wil ook niet dat anderen er rijker van worden. Er zijn altijd mensen die ergens munt uit willen slaan.»
De Nederlandse versie
Waar in 't bronsgroen eikenhout,
Over 't malse korenveld,
't Lied des leeuweriks klinkt;
Waar de hoorn des herders schalt,
Langs des beekjes boord;
refrein:
Limburgs dierbaar oord!
Daar is mijn Vaderland,
Limburgs dierbaar oord!
Waar de brede stroom der Maas,
Weeldrig sappig veldgewas,
Kostlijk groeit en bloeit;
Bloemengaard en beemd en bos,
Overheerlijk gloort.
Waar der vaadren schone taal,
Klinkt met heldre kracht;
Waar men kloek en fier van aard,
Vreemde praal veracht;
Eigen zeden, eigen schoon,
't Hart des volks bekoort.
Waar aan 't Oud Oranjehuis,
't Volk blijft hou en trouw;
Met ons roemrijk Nederland,
Eén in vreugd en trouw;
Trouw aan plicht en trouw aan God,
Heerst van Zuid tot Noord.
[Studentencodex, 1965, Leuven, KVHV, p. 41]